Het Spijtellaantje

 

Het Spijtellaantje in de jaren 30

Huis te Vraag is de historisch gegroeide naam van zowel de tegenwoordige begraafplaats als van het grondstuk inclusief het Weiland, dat eertijds deel uitmaakte van het landhuis’t Huis te Vraag. Het grondstuk heeft de vorm van een taartpunt, een langgerekte driehoek. Aan de korte kant, aan de Rijnsburgstraat – de vroegere Sloterweg – is de ingang. Dat is de Noordzijde, hier begint of eindigt ‘de Wereld‘, zoals wij het zeggen. Aan de Oostkant is de Schinkel met het Jaagpad en de woonboten. Aan de overkant van het water ligt het Olympisch Stadion waarachter ‘s morgens de zon opkomt en aan de Westkant is het legendarische Spijtellaantje waar de zon sinds mensenheugenis weer onder gaat.

Het grondstuk, inbegrepen de lager gelegen boomgaard en het Weiland, meet ongeveer 2,5 hectare. Het geheel is omgeven door een sloot en helemaal in de zuidelijke punt van het Weiland is het gemaal. Huis te Vraag is dus een poldertje. Lange tijd was het een dorp aan de rivier, een buurtschap met café’s en winkeltjes rondom een kerkhof op een terp. De stadsranden zijn over de hele wereld min of meer hetzelfde. Het is er altijd tamelijk rommelig, desolaat soms en ’s avonds kan het ‘unheimnisch’ aandoen voor wie er niks te zoeken heeft. Je vindt er loodsen, opslagplaatsen en werven, verlaten en uitgemergelde industrieterreinen, gashouders en tramremises, maar ook volkstuintjes en talloze schuurtjes en kotjes waar mensen zo hun bedoening hebben. Het is juist daarom, omdat er gewoond en geleefd wordt, dat alles bij nader toezien toch veel ordelijker en vriendelijker blijkt te zijn. Hier gaat men nog met elkaar om, hier kan men nog zelf iets maken, iets timmeren of bouwen, een geit in leven houden of iets laten groeien. Maar natuurlijk is er wel eens wat. De stadsrand had zo haar eigen kleine cultuur.Men beriep zich op het recht van de Gewoonten; dat was het recht te wonen op de plek waar men nu eenmaal woonde en waar het beviel. Dat was het Gewoonterecht. Dan had je nog het recht van Het Gewoonte, dat was het bestaansrecht van alles wat gebouwd en gegroeid is, bewerkt wordt en bewoond. En natuurlijk was er het recht van de anciënniteit,’wie was er het eerst.’

Het eerst was er Mijnheer Fokker en op de achtergrond is hij er nog steeds, ook al horen of zien wij niet veel meer van hem. Mijnheer Fokker – en voor hem diens vader – had een kolenhandel op de plaats waar nu de loods van de Reiniging staat. Ten tijde van de kolenhandel en nog lang daarna, in eigenlijk tot op de huidige dag, beheerde Mijnheer Fokker het Weiland. Vanwege zijn beheer en de manier waarop hij met zijn dieren omging en de medemens behandelde, werd hij voor ons, huidige beheerders, het moreel referentiekader. Naar zijn voorbeeld onderhouden wij dus ook de menselijkheid en proberen wij begrip op te brengen voor de manier waarop wij elkaar begrijpen en soms ook misverstaan, ‘the human understanding’ zogezegd.