Column

Column 3 (13-2-18)
Het was een mooie zomerse dag en ik had net de kruiwagen geleegd bij de composthoop onder in het weiland, toen ik aan het eind van de oprijlaan een klein kabouterachtig mannetje zag staan. Het karretje wat hij bij zich had trok mijn aandacht en ik hield even in om naar hem te kijken. Op het karretje stond een boompje! De man stond tegen hek geleund en keek hulpeloos om hem heen.
De kleine spar bleek een van de laatste bewoners van een tuin die hij samen met zijn vrouw gecreëerd had op het dak van zijn woning. De tuin had de heimwee naar Indië bij zijn vrouw verzacht en samen hadden ze er met veel liefde voor gezorgd. Aan dit plezier kwam een bruut einde toen de bureaucratie het won en de woningbouwvereniging besloot dat de tuin gevaarlijk was. Helaas had dit echtpaar de tijdgeest niet mee. Tegenwoordig kan je subsidie ontvangen van de gemeente Amsterdam voor het maken van een “groen” dak. Er was heel wat mankracht voor nodig om de tuin te ontmantelen. Gelukkig werden er voor de meeste planten liefdevolle nieuwe verzorgers gevonden. De kleine spar op het karretje hadden ze zelf gehouden en kreeg een plekje onder op de stoep en herinnerde daar aan hun gewezen paradijs. Ook daar mocht het boompje niet lang staan ditmaal vanwege een zeurende buur.
Mooi hoe een plant zo een dagboek kan zijn en een geschiedenis met zich mee draagt.
Thuis op mijn vensterbank staan zo ook een paar verhalen; de plant die ik kreeg van een vriendin nadat haar hondje overleden was met de vraag er goed voor te zorgen. Het was een stekje van de plant waar haar hondje met een extatisch genoegen altijd onder door liep. Zo hielp ik haar het hondje een beetje bij ons te houden. Van mijn zus kreeg ik stekjes van moederplanten die zij meenam uit ons ouderlijk huis. We verzorgen ze met veel liefde om de ziel van onze moeder levend te houden.
Het sparretje kreeg een plekje in de tuin naast de twee kerstbomen die Leon en Willemijn ooit meenamen van straat. Het mannetje liep tevreden naar huis en ik was blij dat we deze verstekeling een nieuw huis konden bieden. Dit helemaal in het gedachtegoed van mijn leermeester:  “Wij proberen hier op Huis te Vraag een kleine betere wereld te zijn”.
Column 2 (25-12-17)
De winter is nog maar net begonnen en toch werden we al verrast met een enorm pak sneeuw dit jaar. Je kan je geen beter decor wensen dan Huis te Vraag om dit witte sprookje te kunnen bewonderen. Prachtig was het! Zeker nu er niet een kinderachtig dun poederlaagje gevallen was maar werkelijk ieder takje bedekt was met sneeuw. Altijd weer moeilijk om deze maagdelijk witte wereld ruw te verstoren met grote groene laarzen. Gelukkig was nu de andere tuinvrouw mij voor geweest en kon ik zonder schuldgevoel het witte decor betreden. Het paradijselijke heeft vaak een keerzijde; veel van de oude dames Buxus waren niet meer in staat het enorme pak sneeuw te dragen en lieten hun takken treurig op de grond hangen. Gelukkig bleek, toen de sneeuw eenmaal gesmolten was, dat mijn zorg om hen voor niets was geweest. De veerkracht van de natuur is groot en de buxus struiken kwamen met een beetje hulp van de tuinvrouwen weer redelijk in vorm.
In de tuin breekt een rustige tijd aan. Het leven in de natuur trekt zich terug en vertraagt. De bomen zijn kaal en de aarde is donker. De vitaliteit van de planten trekt zich terug de grond in. Maar toch zijn er in deze naar binnen gerichte tijd in de tuin wel al enkele lichtpuntjes die ons doen herinneren aan de uitbundigheid van de lente.
Het kleine Prunesboompje  laat zijn kwetsbare kleine roze bloempjes zien. De neusjes van de sneeuwklokjes steken al heel dapper boven de grond uit en de stoere Helleborus, die de winter niet schuwt, staat ook al in bloei.
Door Willemijns bewondering en fascinatie voor deze plant hebben we inmiddels een Helleborus laantje op Huis te Vraag. Verder is daar de belofte van uitbundige bloei in mijn hoofd; na het poten van heel veel bolletjes die lekker toegedekt met een flinke schep aarde in hun donkere holletje de winter doorbrengen en straks in het voorjaar hun pracht zullen tonen, wat verheug ik me daar op. “Na 21 december lengen de dagen alweer” verzuchte mijn moeder altijd en ik vind dat een hoopvolle gedachte.
Column 1 (26-11-2017)
Ooit, heel lang geleden, kwam ik vanuit het zuiden van het land naar Amsterdam. Mijn lief was er gaan wonen en werken en ik besloot er te gaan studeren. Als echt buitenmeisje, en diep van binnen eigenlijk een boerin, had ik het bij tijd en wijle wel moeilijk met de hectiek van de grote stad en miste ik de grootsheid van de natuur, hoeveel ik ook van Amsterdam hield. Jaren later vertelde een vriendin me over haar werk als tuinvrouw op een begraafplaats en dat gaf een licht gevoel van jaloezie in de onderbuik. Dit werk zou de haat/liefde verhouding,die ik had met het leven in de stad kunnen veranderen in een volmondige liefde (of harmonieus leven).
Nog later was het lot mij gunstig gestemd; het werk op de begraafplaats groeide mijn vriendin boven het hoofd en ze vroeg om mijn hulp. Ze nodigde me uit om thee te komen drinken op de tuin. Ik werd gegrepen door de mysterieuze schoonheid van Huis te Vraag. Wat een eer zou het zijn als ik hier zou mogen werken. Het duurde nog een paar weken voor ik de creator van deze bijzondere plek zou treffen. Dat was een bijzondere ontmoeting. We herkenden bij elkaar dezelfde liefde voor de schoonheid van de natuur. En zo werd Leon van der Heijden mijn leermeester en mocht ik uiteindelijk het levenswerk van Leon en zijn muze Willemijn van der Helm samen met Gitte voortzetten. Leon leerde mij de geheimen van het onderhoud.
Nu  weer jaren later voel ik mij nog steeds een gezegend mens en verbaas ik me nog steeds regelmatig over hoe het lot mij naar Huis te Vraag bracht. Mijn vriendin Gitte en ik doen het praktische werk in de tuin maar gelukkig zijn Leon en Willemijn er nog steeds om deze prachtige plek te bezielen en de stemming te bewaren. In deze column wil ik de bezoeker van Huis te Vraag zo nu en dan vertellen over de schoonheid van deze bijzondere plek in Amsterdam.
door:  Katja Kandelaars (Tuinvrouw en behoeder van Huis te Vraag)